Wat maakt de zorg voor lhbt-leerlingen specifiek?

 

(Deze pagina is een uitwerking bij het onderwerp ‘Zorg dragen: hoe dan?’)

 

In zijn algemeenheid is de zorg voor een lhbt-leerling niet anders dan voor anderen. Het gaat om ondersteuning waarmee de leerling voldoende zichzelf kan zijn om binnen de school optimaal te functioneren. Bij lhbt-leerlingen is wel sprake van een aantal eigen karakteristieken.

 

1. Lhbt-leerlingen zitten significant minder lekker in hun vel

Suïcidepogingen komen onder lhb-leerlingen vaker voor.
Lhbt-leerlingen doen 4,5 keer vaker een poging dan andere leerlingen (SCP 2010).

Lhbt-leerlingen worden vaker gepest.
16% van de leerlingen die zichzelf als lesbisch, homoseksueel of biseksueel identificeren, wordt wekelijks gepest, ten opzichte van 4% van de andere leerlingen (SCP 2015).

Jongeren stellen hun coming out op school vaak doelbewust uit naar later.
Slechts 22% van alle leerlingen vindt dat je op school eerlijk kunt vertellen dat je homoseksueel bent, en als ze het zelf zouden moeten vertellen, zegt 14% dat anderen het zouden mogen weten (SCP 2015).

 

2. Lhbt-leerlingen zijn relatief onzichtbaar

Lhbt-leerlingen zijn relatief onzichtbaar, wat anders is dan bij andere minderheidsgroepen. De meeste expliciete uitsluiting, zoals pesten of vormen van agressie, vindt plaats op grond van het feit dat een jongen of meisje niet voldoet aan gedrag dat bij zijn of haar gender wordt verwacht (gender niet-conform gedrag). Soms zal zo’n leerling zich (vanaf ongeveer het 14e jaar) uiten in een homoseksuele oriëntatie, soms ook niet. De meeste lhbt-leerlingen zijn niet zo zichtbaar. Zij ervaren wél meer sociale afstand: 1 op de 5 leerlingen wil geen vriendschap sluiten met een lhbt-leerling en éénderde van de leerlingen wil wanneer zij daarvoor kunnen kiezen, liever naast iemand anders zitten.

Omdat lhbt-leerlingen, anders dan bijvoorbeeld jongeren die racistisch worden bejegend, over het algemeen niet zichtbaar zijn, is ook de discriminatie jegens hen meestal niet meteen zichtbaar. Dat gaat op bij expliciete vormen van discriminatie, zoals belachelijk maken, uitschelden, afwijzen, verbreken van contact, fysiek geweld en uitingen waarbij homoseksualiteit als iets minderwaardigs wordt gezien. Wanneer de mogelijke aanleiding van seksuele diversiteit niet wordt erkend, zal ze ook niet worden gezien wanneer er feitelijk sprake van is. Meer nog geldt dit de subtiele vormen van discriminatie, zoals de angst van heterojongeren om door lhbt-jongeren benaderd te worden, of homoseksualiteit wel als een gevoelig maar niet als een normaal thema te beschouwen. De subtiele vormen maken dat de sociale afstand zelf ook slecht zichtbaar is. Die sociale afstand leidt echter tot veel eenzaamheid en meer gedachten aan suïcide.

 

3. Lhbt-leerlingen horen niet vanzelfsprekend als groep bij elkaar

Leerlingen van etnische komaf die racisme of discriminatie ervaren, behoren van nature tot een gemeenschap van familie en vrienden of buurtgenoten. Bovendien is aan hun huidskleur te zien waarom zij buitengesloten worden. Lhbt-jongeren hebben geen natuurlijke groep van soortgenoten. Bovendien zijn zij veelal onzichtbaar, ook als ze buitengesloten worden vanwege iets dat anders aan hen is.

 

 

(Deze pagina is een uitwerking bij het onderwerp ‘Zorg dragen: hoe dan?’)