Hoe herken je signalen van lhbt-gerelateerde stress?

 

(Deze pagina is een uitwerking bij het onderwerp ‘Zorg dragen: hoe dan?’)

 

De zorg voor lhbt-leerlingen bestaat niet zozeer uit het kunnen herkennen van jongeren die homo- of biseksueel zijn. Leerlingen mogen zelf weten of en wanneer zij uit de kast komen. Als ze daar klaar voor zijn, dient de leraar of mentor zo’n coming-out te kunnen begeleiden; dit proces hangt namelijk samen met de veiligheid van de leerling binnen de klas en de school. Algemeen bestaat de zorg echter eerder uit het tegemoettreden van stress die voorkomt wanneer lhbt-leerlingen buitengesloten en niet gezien worden. Hierin dienen zij zo nodig ondersteund te worden.

Overwegend zijn de signalen van stress bij lhbt-leerlingen signalen die ook bij andere leerlingen kunnen voorkomen. We onderscheiden vier niveaus waarop dergelijke signalen zijn af te lezen. Ten slotte is er het vijfde niveau, waarop meer specifieke signalen zijn waar te nemen. De niveaus stapelen zich steeds op de voorgaande. Deze niveau’s zijn beschreven in het onderzoek van Alexis Dewaele, universitair docent aan de Universiteit van Gent.

 

  1. Algemene aanleidingen voor stress waar alle jongeren mee te maken hebben. Jongeren worden overspoeld door emoties, zien dingen gemakkelijk als een bedreiging van hun zelfbeeld, maken zich sterk zorgen over sociale relaties en internaliseren of externaliseren negatieve ervaringen op een relatief sterke manier omdat ze een beperkt relativeringsvermogen hebben.
  2. Daarbovenop kunnen in hun leven specifieke aanleidingen of uitdagingen zijn, zoals specifieke transities (zoals overgang naar ander onderwijs), relationele aanleidingen (zoals pesten, conflicten of loyaliteitskwesties), persoonlijke moeilijkheden (zoals met seksuele voorkeur), traumatische gebeurtenissen (zoals (plots) overlijden van een nabije naaste), chronische stressoren (zoals armoede) en normatieve moeilijkheden (zoals afwijzing vanwege huidskleur).
  3. Minderheidsstress komt voor bij leerlingen die vanwege belangrijke kenmerken tot een minderheid behoren.  Chronisch heerst bij deze leerlingen vaak het gevoel dat zij niet aan de heersende norm voldoen, relationeel hebben ze vaak het gevoel dat niemand hen begrijpt. Minderheidsstress uit zich ook in het anticiperen op negatieve ervaringen. Dat zorgt voor emoties en cognities die een goede concentratie en prestatie van leren in de weg staan. Bovendien kan minderheidsstress zich uiten in het vermijden van een bepaald vakgebied, omdat men denkt dat men zich in dat domein niet kan waarmaken zoals anderen dat zouden kunnen.
  4. Leerlingen gaan op twee manieren met deze stress om: ze passen zich aan de omstandigheden aan of ze passen zich niet aan.
    Als ze zich aanpassen, zoeken leerlingen bijvoorbeeld afleiding of ontspanning, instrueren zij zichzelf op een positieve manier (bijvoorbeeld door zich te focussen op het behalen van goede leerresultaten), zoeken ze ondersteuning, of ze aanvaarden het stigma waarmee ze hebben te kampen. Zich aanpassen is (op kortere termijn) niet per se een verkeerde strategie. Het kan ook een goede manier zijn om te overleven of andere dingen te ontwikkelen en te realiseren.
    Zich niet aanpassen uit zich in vormen als vlucht- of vermijdingsgedrag, piekeren, in de situatie berusten, zich van de hulpverlener afhankelijk maken of depressie of agressie.
  5. Meer specifiek gaan lhbt-jongeren op twee manieren met hun omgeving om: hoe zij zichzelf zichtbaar maken en hoe zij omgaan met de verschillende vormen van discriminatie. Naarmate de samenleving toleranter is geworden ten opzichte van seksuele diversiteit, verkiezen lhbt-jongeren, afhankelijk van de context, hun seksuele oriëntatie zichtbaar te maken of niet. Ze kunnen zich voordoen alsof men hetero is, specifieke informatie over hun seksuele oriëntatie weglaten, impliciet uit de kast komen (bijvoorbeeld door wel over hun homoseksuele relatie te spreken maar die niet als zodanig te benoemen) of ook expliciet uit de kast te komen. Ten aanzien van discriminatie kunnen jongeren zonder opgave van redenen hun verzet opgeven en zich terugtrekken, zich vanuit hun minderheidsstress voor overwegend lhbt-vriendelijke vakdomeinen (zoals de mode- of kappersbranche) kiezen, zich hullen in stilzwijgen, sociale ondersteuning zoeken bij andere lhbt-mensen  (bijvoorbeeld in het uitgaansleven) of juist confronteren en aanklagen.

Op al deze niveaus zijn signalen af te lezen waardoor de zorgfunctionarissen er alert op kan zijn dat er sprake is van lhbt-gerelateerde stress.

 

Deze pagina is een uitwerking bij het onderwerp ‘Zorg dragen: hoe dan?’