Wet op seksueel misbruik en seksuele intimidatie
Daarom kent het onderwijs de Wet op seksueel misbruik en seksuele intimidatie (1999).
Wet bestrijding van seksueel geweld en seksuele intimidatie in het onderwijs/Meld- en aangifteplicht (1999)
Artikel 4: Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven
1. Indien het bevoegd gezag op enigerlei wijze bekend is geworden dat
een ten behoeve van zijn instelling met taken belast persoon, zich
mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden
als bedoeld in titel XIV van het Wetboek van Strafrecht jegens een
minderjarige leerling van de school, treedt het bevoegd gezag onverwijld in
overleg met de vertrouwensinspecteur.
2. Indien uit het overleg bedoeld in het eerste lid, moet worden geconcludeerd
dat er sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon
zich schuldig heeft gemaakt aan een misdrijf als bedoeld in het eerste lid
jegens een minderjarige leerlingen van de school, doe het bevoegd gezag
onverwijld aangifte van een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141
van het Wetboek van Strafvordering, en stelt het bevoegd gezag de
vertrouwensinspecteur daarvan onverwijld in kennis.