contact       sitemap       CSV-portaal

Omgaan met uw eigen homoseksualiteit

Uit onderzoek (2003) blijkt dat 60-85% van de homoseksuele en lesbische docenten min of meer open is op school. Vijftien tot 33% van hen houdt zijn of haar homoseksualiteit op school voor iedereen verborgen. Over het algemeen zijn we meer open naar collega's en vaak wat minder open naar de leerlingen. Naast uw eigen mening over hoe u in het openbaar het beste kan omgaan met uw eigen homoseksualiteit, maakt het veel uit in welk schooltype u werkt en hoe oud de leerlingen zijn.
Vmbo
Uit het genoemde onderzoek blijkt, dat uitkomen voor uw homoseksualiteit momenteel het moeilijkst is in het vmbo. De sfeer is vaak nogal macho, men draagt het hart op de tong en opmerkingen over homoseksualiteit zijn vaak openlijk negatief.

Ook blijkt dat de meeste vmbo-scholen nog geen goed diversiteitsbeleid hebben. De sociale omgeving en het schoolklimaat zijn daarom niet altijd ondersteunend voor een coming-out. Het kan wel, heel goed zelfs, maar u moet wel stevig in uw schoenen staan en bestand zijn tegen ondoordachte negatieve opmerkingen.

Uit onderzoek blijkt eveneens dat scholen met een machoklimaat vaak weinig aandacht besteden aan diversiteitsbeleid. Het zou goed zijn om te bekijken in hoeverre u, samen met collega's, op uw school kunt bijdragen aan het tot stand komen van een dergelijk diversiteitsbeleid. Zo'n beleid komt niet alleen u, maar alle collega's en leerlingen ten goede. Met name in de publicatie Het doet hier alles van Frits Prior, vindt u veel informatie.

Havo-vwo
Op de hogere schooltypen reageert men vaak wat minder openlijk negatief op homoseksualiteit. Daar wordt minder gescholden, geroddeld en u wordt meestal niet achter uw rug om belachelijk gemaakt. Dat betekent niet dat leerlingen en collega's homoseksualiteit volledig accepteren. Het is eerder dat zij hebben geleerd niet intolerant te zijn, dus wordt er minder over het onderwerp gesproken. Deze relatieve onbespreekbaarheid geeft een bepaalde mate van vrijheid, maar zorgt ook voor stress op een laag, maar constant niveau.

Wees erop bedacht dat, als u jarenlang dit aspect van uw persoonlijkheid opzij zet, dit uiteindelijk kan leiden tot burn-out. Homoseksuele en lesbische docenten raken vaker dan gemiddel in een burn-out. Vaak merken zij pas jaren later dat het iets met hun homoseksualiteit te maken had.

Als u dit moeilijk vindt, kunt u contact opnemen met de vakbond waarbij u aangesloten bent. De AOb en OCNV hebben homo en lesbische groepen. Deze groepen organiseren jaarlijks een themadag en u kunt ook bellen voor een gesprek of advies.

Wanneer u echter toch geconfronteerd wordt met zaken als seksuele intimidatie, discriminatie, pesten, o.i.d. en u komt er in een onderling gesprek niet uit, dan kunt u te allen tijde uw klachten rondom maatregelen, nalatigheid en gedrag van leden van de schoolgemeenschap, uiten bij de Klachtencommissie, vertrouwenspersoon of het bestuur.
Het is immers vanaf 1 augustus 1998 verplicht in het kader van de Kwaliteitswet voor basis- en voortgezet onderwijs, maatregelen te treffen voor de objectieve behandeling van klachten.

Omgaan met uw leerlingen

Vmbo
Grofweg geldt: hoe lager het schooltype, hoe meer moeite leerlingen (en vaak ook collega's) hebben met homoseksualiteit. Op het vmbo reageren leerlingen en collega's vaak heel negatief.
Vmbo-leerlingen denken vaak in zwart/wit-termen: goed en slecht. Homoseksualiteit zit voor hen aan de slechte kant van de streep. Ze zijn meestal slecht geïnformeerd over homoseksualiteit en hebben daardoor veel vooroordelen. Het kan helpen door rustig uit te leggen wat feiten en meningen zijn. Voordat u aan een gesprek hierover toekomt, is het meestal eerst nodig om de emoties een beetje te laten uitrazen. Dat is vaak ingewikkeld voor de docent. Hoe laat u bevooroordeeld homofobe en racistische emoties uitrazen, zonder dat u de indruk wekt het ermee eens te zijn?
Een oplossing kan zijn om het als zodanig te benoemen. "Ja, zeg eerst maar eens wat je op je hart hebt. Als je wat rustiger bent, kunnen we erover praten".

Meer informatie over hoe u in allerlei situaties kunt omgaan met voorlichting over homoseksualiteit, kunt u vinden op Tolerante Scholen Net.

Havo-vwo
De leerlingen op havo en vwo reageren vaak minder openlijk negatief op homoseksualiteit. Dit noemen voorlichters schijntolerantie en wetenschappers noemen het iets correcter tolerantie op afstand. Het betekent dat leerlingen het in wezen niet prettig vinden om met homoseksualiteit geconfronteerd te worden, maar dat ze dit niet in het openbaar kunnen zeggen.
Mogelijk wordt u wèl met negatieve opmerkingen geconfronteerd als u in conflict komt met een leerling die u misschien een laag cijfer moet geven. De teleurstelling en kwaadheid die dat kan oproepen, kan bij de leerlingen verbonden worden aan de verborgen afkeer van homoseksualiteit: 'Vuile flikker/pot, wil jij mij pootje lichten?'
Ook hier is het devies: rustig blijven, uit laten razen en daarna uitleggen.

Omgaan met de ouders
In het voortgezet onderwijs hebben ouders vaak niet zoveel contact met de school. Het gaat vooral om rapportbesprekingen. Ook kan het voorkomen dat ouders bij klachten van leerlingen over docenten naar school toekomen.
Homoseksuele en lesbische docenten komen dan ook vooral in contact met ouders als deze protesteren tegen een vermeende slechte behandeling van hun kind. Vaak is echter het eerste contact met de schoolleiding.
In gevallen waar de ouders komen klagen over een veronderstelde slechte behandeling van hun kind door een homoseksuele docent en dat dus direct koppelen aan diens homoseksualiteit, is het essentieel dat de schoolleiding deze koppeling direct neutraliseert. Wanneer dit niet gebeurt, wordt de rest van de afhandeling van het conflict erg moeilijk.

Vooral als de ouders een gelovige achtergrond hebben of recent naar Nederland gekomen zijn. Zulke ouders kunnen stevige weerstanden hebben tegen homoseksualiteit.
Soms zijn deze weerstanden gebaseerd op zuivere vooroordelen. Zo kan men in Turkije en Marokko het woord voor homoseksualiteit niet goed vertalen en ontstaat vaak het misverstand dat dit hetzelfde is als pedofilie en kinderverkrachting.

Een heftige, ontkennende of bestraffende houding naar zulke ouders kan contraproductief werken. Nuttige informatie over hoe conflicten rond homoseksualiteit zich voordoen en hoe de schoolleiding dat kan aanpakken vindt u op Tolerante Scholen Net.

Seksuele intimidatie
Homoseksuele en lesbische docenten worden vaker beschuldigd van seksuele intimidatie dan heteroseksuele docenten. Dat komt niet omdat zij vaker leerlingen seksueel intimideren, maar omdat leerlingen die zich verongelijkt voelen of weerstanden hebben tegen homoseksualiteit, een klacht tegen de docent kunnen indienen om hem of haar in diskrediet te brengen.
Vaak reageert de schoolleiding op zo'n klacht door klakkeloos het protocol te volgen: de aangeklaagde docent wordt direct op non-actief gesteld. Pas als na enkele weken blijkt dat de klacht ongegrond is, wordt de rehabiliteitsprocedure vaak niet adequaat gevolgd. Gevolg is dat de reputatie van de betrokken docent geschaad is. Ondertussen kan de leerling zowel tijdens als na de procedure, gewoon de lessen blijven volgen. Zij kunnen zelfs de lessen van de betrokken docent blijven volgen zonder een excuus te hoeven aanbieden.
Als docent is het goed om uzelf op zulke gevallen voor te bereiden.
Vanaf 1 augustus 1998 verplicht de Kwaliteitswet scholen voor basis- en voortgezet onderwijs, maatregelen te treffen voor de objectieve behandelingen van klachten.
Zie voor meer informatie: Klachtenbehandeling langs de koninklijke weg; over correctheid, opstoppingen, botsingen en omwegen op de ppsi-website en in de publicatie "Beleid tegen seksuele intimidatie. Papieren tijger of schoolpraktijk?"

U kunt ook zelf beschuldigd worden van seksuele intimidatie. Informeert u zich over de procedure uit de klachtenregeling van de school. Zorg voor uw eigen ondersteuning door een beroep te doen op de vertrouwenspersoon voor aangeklaagden/de Arbodienst. Neem contact op met uw onderwijsvakorganisatie en/of uw rechtsbijstandverzekering voor juridisch advies en ondersteuning. Bewaar stukken en correspondentie zorgvuldig.

Informatie over rehabilitatie is te vinden in de publicatie: "Aanzet, rehabilitatie bij ongegronde klachten en valse beschuldigingen." U kunt ook met Contactgroep onterechte beschuldigingen contact opnemen. Zij bieden ondersteuning gedurende het gehele klachttraject.

Contactgroep onterechte beschuldigingen
COB
Postbus 36234
1020 ME Amsterdam
Telefoon: 0544 - 375 010