Over het algemeen zijn we meer open naar collega's en vaak wat minder open naar leerlingen. Hoe en wanneer u dat doet, hangt af van de situatie en van de collega's. Maar meestal is er een redelijk vertrouwde sfeer op school. U kunt over van alles praten. De beste scholen zijn die, waar niet alleen een open sfeer heerst, maar waar men ook een beroep op elkaar kan doen als er een probleem is.
Op een school voor primair onderwijs zijn docenten niet vaak nadrukkelijk 'homoseksueel'. Maar in de ideale situatie, kunt u wel uzelf zijn en de homoseksuele of lesbische aspecten van uw persoonlijkheid laten zien.
Als u dit moeilijk vindt, is het handig om contact op te nemen met de vakbond waarbij u aangesloten bent. De AOb en OCNV hebben homo en lesbische groepen. Deze groepen organiseren jaarlijks een themadag en u kunt ook bellen voor een praatje of advies.
Omgaan met uw leerlingen
In een basisschool hangt het sterk van de situatie af of u laat merken dat u homoseksueel of lesbisch bent. Aan de andere kant hebben leerkrachten in het basisonderwijs een sterke persoonlijke band met hun leerlingen en dat betekent dat zij daardoor meer vertellen over hun privé-leven. Basisschoolleerlingen verschillen sterk in hun reactie op dit soort zaken. Het verschilt immers of een kind 6 of 12 jaar is. In de docentenreader van het lespakket Leefvormen, wordt uitgebreid ingegaan op hoe kinderen in hun verschillende levensfasen aankijken tegen seksualiteit en homoseksualiteit. Ook worden aanwijzingen gegeven hoe de leerkracht daar pedagogisch mee kan omgaan.
Omgaan met de ouders
Het omgaan met ouders is in het primair onderwijs vaker een groter probleem dan het omgaan met leerlingen. Vooral als de ouders een gelovige achtergrond hebben of recent naar Nederland gekomen zijn. Zulke ouders kunnen stevige weerstanden hebben tegen homoseksualiteit. Soms zijn deze weerstanden gebaseerd op zuivere vooroordelen. Zo kan men in Turkije en Marokko het woord voor homoseksualiteit niet goed vertalen en ontstaat vaak het misverstand dat dit hetzelfde is als pedofilie en kinderverkrachting.
Een heftige, ontkennende of bestraffende houding naar zulke ouders kan contraproductief werken. Als ouders met vragen of kritiek komen, is het belangrijk om het aan te horen en niet in paniek te raken. U kunt rustig uitleggen dat homoseksuele relaties in Nederland geaccepteerd zijn, omdat het gaat om gelijkwaardige en liefdevolle relaties tussen volwassenen. Ook zullen deze docenten in Nederland de kinderen nooit opleggen hoe zij zich moeten voelen. Wel leren docenten hier de kinderen dat mensen van elkaar verschillen en dat iedereen respect voor elkaar moet hebben.
Overigens zullen ouders met dergelijke vooroordelen eerder afstappen op de schoolleiding dan op u, als homo of lesbische docent. Het is wel aan te raden dat u de schoolleiding hierop voorbereidt en met hen voorbespreekt hoe zij zullen reageren als er dergelijke opmerkingen komen. Nuttige informatie over hoe conflicten rond homoseksualiteit zich voordoen en hoe de schoolleiding dat kan aanpakken vindt u op Tolerante Scholen Net. Ook de publicatie Het doet hier alles van Frits Prior, geeft veel informatie.
Seksuele intimidatie
Wanneer u echter geconfronteerd wordt met zaken als seksuele intimidatie, discriminatie, pesten, o.i.d. en u komt er in een onderling gesprek niet uit, dan kunt u te allen tijde uw klachten rondom maatregelen, nalatigheid en gedrag van leden van de schoolgemeenschap, uiten bij de Klachtencommissie, vertrouwenspersoon of bestuur. Het is immers vanaf 1 augustus 1998 verplicht in het kader van de Kwaliteitswet voor basis- en voortgezet onderwijs, maatregelen te treffen voor de objectieve behandeling van klachten.
Homoseksuele en lesbische docenten worden vaker beschuldigd van seksuele intimidatie dan heteroseksuele docenten. Dat komt niet omdat zij vaker leerlingen seksueel intimideren, maar omdat leerlingen die zich verongelijkt voelen of weerstanden hebben tegen homoseksualiteit, een klacht tegen de docent kunnen indienen om hem of haar in diskrediet te brengen. Vaak reageert de schoolleiding op zo'n klacht door klakkeloos het protocol te volgen: de aangeklaagde docent wordt direct op non-actief gesteld. Pas als na enkele weken blijkt dat de klacht ongegrond is, wordt de rehabiliteitsprocedure vaak niet adequaat gevolgd. Gevolg is dat de reputatie van de betrokken docent geschaad is. Ondertussen kan de leerling zowel tijdens als na de procedure, gewoon de lessen blijven volgen. Zij kunnen zelfs de lessen van de betrokken docent blijven volgen zonder een excuus te hoeven aanbieden.
Als docent is het goed om uzelf op zulke gevallen voor te bereiden.
Zie voor meer informatie: Klachtenbehandeling langs de koninklijke weg; over correctheid, opstoppingen, botsingen en omwegen op de ppsi-website en in de publicatie "Beleid tegen seksuele intimidatie. Papieren tijger of schoolpraktijk?"
U kunt ook zelf beschuldigd worden van seksuele intimidatie. Informeert u zich over de procedure uit de klachtenregeling van de school. Zorg voor uw eigen ondersteuning door een beroep te doen op de vertrouwenspersoon voor aangeklaagden/de Arbodienst. Neem contact op met uw onderwijsvakorganisatie en/of uw rechtsbijstandverzekering voor juridisch advies en ondersteuning. Bewaar stukken en correspondentie zorgvuldig.
Informatie over rehabilitatie is te vinden in de publicatie: "Aanzet, rehabilitatie bij ongegronde klachten en valse beschuldigingen." U kunt ook met Contactgroep onterechte beschuldigingen contact opnemen. Zij bieden ondersteuning gedurende het gehele klachttraject.
Contactgroep onterechte beschuldigingen
COB
Postbus 36234
1020 ME Amsterdam