Huidige wet
In de huidige wet mogen de eisen van een onderwijsinstelling op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag niet leiden tot onderscheid op grond van
het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, of burgerlijke staat. Hieruit volgde dat er wel andere
'bijkomende' omstandigheden konden zijn die de school kon aangrijpen om een docent te weren.
Bijkomende omstandigheid
De bijkomende omstandigheid wordt als volgt uitgelegd: "De vrijheid van instellingen op religieuze of godsdienstige grondslag om eisen te stellen, die gelet op hun doel nodig zijn voor de vervulling van een functie, dient derhalve onverlet te worden gelaten." Praktiserende homoseksuale leraren konden door deze bijkomende omstandigheid worden geweerd op scholen met een godsdienstige grondslag.
Discussie
De discussie over deze constructie ligt in het feit dat hier twee grondrechten in botsing zouden komen. Enerzijds het grondwettelijk non-discriminatiebeginsel, anderzijds de vrijheid van onderwijs, eveneens vastgelegd in de grondwet. Ook kunnen het recht op godsdienstvrijheid en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer met elkaar botsen.
Advies Raad van State
Voordat het initiatiefvoorstel door de Tweede Kamer behandeld wordt zal de Raad van State hierover adviseren.
Bron: Overheid.nl, 7 september 2010