Voor de buitenwereld waren Lotte en Laura gewoon vriendinnen. Niemand zocht iets achter hun vriendschap, familie niet en de hockeyteamgenootjes ook niet. Maar Laura en Lotte (die met haar vrouwelijke verschijning elk vooroordeel over potten-stekeltjeshaar, houthakkersblouse en mannelijk loopje, ontkracht) waren meer dan 'best friends'. Lotte had vriendjes. In de kleedkamer op de hockeyclub was ze altijd aan het woord. Elke week sappige verhalen over verschillende jongens. "Als je me toen gevraagd had of ik lesbisch was, dan had ik je keihard uitgelachen."
Marius wist vanaf zijn veertiende jaar dat hij homo was: "Ik keek op straat eigenlijk alleen naar jongens. Natuurlijk zie ik ook wel of een meisje mooi is, maar daar voel ik niets bij."
Toch had hij op zijn zestiende een vriendinnetje 'voor de schijn.'
Hoewel Guido op jonge leeftijd al met een jongen had geƫxperimenteerd, had hij tijdens de middelbare school gewoon vriendinnetjes. Het was voor hemzelf uiteindelijk een volslagen verrassing dat hij homo was.