Moeder Karin: "Anna was een boos meisje. Ik weet nog dat ik met haar op stap ging, ze was een jaar of drie, met haar broertje in de kinderwagen. 'Ah, wat leuk, u heeft een meisje en een jongen', zei een voorbijgangster. 'Neee!', riep Anna heel verontwaardigd. 'Twee jongetjes!'"
Broer Koen (15): "Ik wist al van jongs af aan dat Jos anders was dan andere zusjes. Ze speelde niet met poppen, hield geen slaapfeestjes, had veel meer vrienden dan vriendinnen."
Karin: "Toen we voor het eerst met Anna naar het VU-ziekenhuis in Amsterdam gingen, waar een speciaal team transseksuele kinderen behandelt, schrok Koen wel erg. Hij was namelijk behoorlijk trots op zijn grote zus, een stoere meid met een hanenkam. Zou ze echt een jongen gaan worden?"
"Tot Anna een jaar of negen was, wisten we niet dat er een naam is voor wat er met haar was. Ik had nog nooit van genderdysforie gehoord, ook niet dat er een plek is voor zulke jonge kinderen waar je naartoe kon. Toen ze in groep vier zat, kwam haar juf aan met een artikel uit de Libelle over een meisje dat een jongen wilde zijn. Toen begreep ik Anna ineens veel beter. Haar vader heeft lang volgehouden dat het wel over zou gaan. Maar ze had niets met meisjes. Ze had alleen contact met jongens. Als het om voetbal ging, koos ze voor een team met alleen maar jongens. Een van haar klasgenootjes zei het zo: we hebben 14 meisjes in de klas en 12 jongens. En Anna natuurlijk."
Anna kwam bij het genderteam van de VU terecht toen ze 14 was. Puberteitsremmers mogen gegeven worden als een kind minimaal 12 is. Anna was tamelijk laat. Sinds ze 10 was, menstrueerde ze en groeiden haar borsten al. "Hij had gewoon pech", zegt Karin nu over Jos. "Dat zijn lichaam zich zo vroeg zo vrouwelijk ontwikkelde, maakte hem onzeker. Daarbij kwam nog dat zijn vader en ik gingen scheiden en dat zijn beste vriend voor drie jaar naar het buitenland vertrok. Hij was toen bijna 11 en werd een somber kind. Later ging hij experimenteren met alcohol en drugs. Het VU-team heeft op een gegeven moment gedreigd dat ze met de behandeling zouden stoppen als hij zich niet zou gedragen. Dat heeft geholpen. Hij gaat nu naar de sportschool en doet aan hardlopen om spiermassa te kweken en zo zijn conditie op te bouwen voor de komende operaties. Hij heeft een enorme discipline."
Jos: "Ik kan haast niet wachten tot ik in januari 18 word. Dan gaan mijn borsten eraf en mag ik vervolgens ook mijn baarmoeder en eierstokken laten verwijderen. Daarna mag ik op de wachtlijst voor de sekseveranderende operatie, waarbij een penis wordt gemaakt. Al met al gaat het zeker een jaar duren. Daarom ga ik na mijn eindexamen voorlopig nog niet op kamers."
"Ik draag nu een speciaal hesje waarmee ik m'n borsten plat maak. Dat zit heel strak, maar dat vind ik niet erg. Toen ik 16 werd, mocht ik beginnen met het spuiten van hormonen. Eens per vier weken spuit ik Decapeptyl, daarmee wordt de aanmaak van vrouwelijke hormonen en de menstruatiecyclus stilgelegd. Eens per twee weken spuit ik een dosis testosteron. Daar moest mijn lichaam wel aan wennen. Ik voel me er wel eens een beetje opgefokt door. Mijn vetverdeling is anders geworden, mijn stem is lager. Laatst deed ik in het ziekenhuis een stemtest met de arts. Ik kwam nog lager uit dan hij, dat vond ik wel gaaf."
Koen: "Ik heb het over Jos als mijn broer. Dat is heel gewoon. Hij is eigenlijk nooit mijn zus geweest. Nu praten we samen over meisjes, ha ha."
Jos: "Toen ik vlak voor mijn 15e de verjaardag als jongen verder ging, heb ik een soort geboortekaartjes uitgedeeld met mijn nieuwe naam erop. Ik heb nog nooit negatieve reacties gehad. Mijn ex-vriendinnen krijgen wel opmerkingen. Of ze lesbisch zijn, dat soort dingen. En wat ik heel vervelend vind is als ze in de wachtkamer van het ziekenhuis 'mevrouw die en die' oproepen. Omdat er nu eenmaal 'v' op die kaart moet staan tot mijn baarmoeder eruit is."
Karin: "Je mag dan best terugzeggen dat ze ook een meneer mogen verwachten, hoor."
Jos: "Van wie ik het afkijk hoe het is om als man te functioneren? Ik ben in elk geval geen stoere jongen. Mijn vrouwelijke kant is goed ontwikkeld, zeg maar. Ik heb een grote vriendenclub, maar er zijn vier jongens die hetzelfde zijn als ik, met wie ik veel omga. Die zijn allemaal ouder dan ik en verder in het proces om man te worden. Eens per twee, drie maanden zien we elkaar. Dat is wel relaxed. We zijn wel vrienden maar ik heb niet alleen vriendschap met ze omdat ze genderdysfoor zijn."
Karin: "Natuurlijk gaat het niet altijd even goed. Ik ben behoorlijk bezorgd over de operaties die hij nog moet ondergaan. Er zijn familieleden die hem hardnekkig 'zij' blijven noemen, dat doet zeer. Maar ik zie dat Jos opbloeit. Toen hij 17 werd, kreeg hij van zijn vrienden een boek met allemaal foto's er in van hun gezamenlijke uitstapjes en avondjes. Het is gewoon een gezellige jongensclub bij elkaar als je in dat boek kijkt. Dat jongens zoiets voor elkaar doen, vind ik heel bijzonder."
Jos, Koen en Karin zijn niet hun eigen namen.
Bron: BN De Stem.